“Samenwerken moet je leren”

Hoe krijgt de patiënt de juiste zorg op de juiste plek? Specialisten en huisartsen hebben voor een aantal ziektebeelden daar regionale afspraken over gemaakt. Renée van Snippenburg, longarts en coördinator Transmurale Zorg in het Diakonessenhuis, vertelt over het belang van dit soort afspraken.

“Het behoort tot onze maatschappelijke plicht, of je nu in het ziekenhuis of in de eerste lijn werkt, om zinnige en zuinige zorg te leveren. Daarom hebben we regionale afspraken over welke patiënt op welke plek behandeld hoort te worden. Dat hebben we gedaan voor diabetes, COPD, hartfalen en cardiovasculair risicomanagement”, zegt Van Snippenburg. Tot die afspraken komen was nog geen sinecure, want specialisten waren bang dat ze hun patiënten kwijt zouden raken aan de eerste lijn. “Daar hoeven ze niet bang voor te zijn. Door de vergrijzing stijgt het aantal ouderen met een chronische aandoening in een snel tempo. Specialisten kunnen die aantallen helemaal niet opvangen. Het is van belang dat we gezamenlijk de zorg opnieuw inrichten, zodat patiënten de juiste en kwalitatief goede zorg krijgen.”

De regionale afspraken zijn gemaakt door inhoudsdeskundigen en de landelijke richtlijnen zijn erin opgenomen.

“Wanneer stuur je een patiënt terug naar de huisarts? Hoe informeer je de huisarts, wanneer doe je dat, welke informatie vermeld je? Dat staat in de afspraken.”

ICT is nog belemmering

Afspraken staan op papier, maar hoe pakken ze uit in de praktijk? Van Snippenburg windt er geen doekjes om: “De ICT is nog een enorme belemmering. Ik kan bijvoorbeeld hier geen foto bekijken die in het Antonius Ziekenhuis is gemaakt. De patiënt komt met een cd mijn spreekkamer binnen. Door deze problemen te benoemen, hopen we af te dwingen dat ze worden aangepakt. Er is nu een stuurgroep die hiermee aan de gang gaat. Trijn digitaal is hiermee bezig. Dat is hard nodig, want we lopen in deze regio op dat gebied erg achter.”

Steeds meer meten wat effect is in praktijk

Wat merkt de patiënt van de afspraken? “Vooral bij diabetes, waarmee we als eerste aan de gang zijn gegaan, merken we dat het werkt. Veel patiënten hoeven voor hun jaarlijkse controle niet meer naar het ziekenhuis, maar kunnen bij hun huisarts terecht. Dat vinden ze ook prettiger. Het gaat er om dat we zeker weten dat ze goede kwaliteit van zorg krijgen in de eerste lijn. Het is nu zaak om dat met cijfers te staven. Bij COPD weten we het eigenlijk nog niet. Leidt het tot minder opnames? Het Julius Centrum gaat dit onderzoeken. Zo hopen we de cijfers boven tafel te krijgen.”

Het komt de zorg ten goede

Van Snippenburg merkt op dat samenwerken iets is dat je moet leren. “Je moet elkaar leren kennen, elkaar steeds meer durven vertrouwen en elkaar durven aanspreken.” Ze voegt eraan toe dat het plezierig is om met andere zorgprofessionals van gedachten te wisselen over de zorg. “Dat komt de zorg ten goede. Je gaat je inleven in een huisarts als je een patiënt terugverwijst, je krijgt een andere kijk op zaken.”